| De
Neuroot Hij zit als achter glas, de arme
drommel
angstvallig snuffelt hij aan ’s levens rand
Hij mijdt en zoekt en mijdt de ganse mensheid;
zijn medemens, die heeft hij nooit gekend.
hij stráált als hij kan mokken;
alleen in vlucht ligt zijn respijt,
hij kon toch, moest toch, zou toch....
en kan maar niet
Hij waant zich klein; hoe ijdel is dat jochie!
Hij waant zich klein ; maar niemand vindt hij groot.
Zijn starre ik is al wat hem uitmaakt
hij wil geen pech, het nóódlot is hem lief
Ja, als hij wilde willen.... !
Hij heeft geen evenwicht.
hij kon toch, moest toch, zou toch....
en kan maar niet
Hij denkt: de boze wereld heeft er schuld aan
Dus projekteert hij daar zijn schrale leed,
Hij wil gans alleen in ‘t tumult zijn:
half in de Leipziger Straße, half alleen op zee
Hij voelt het in zich suizen
zijn zieke zenuwstel.
Zo zijn er honderdduizend
En elkeen is alleen.
En, kan men - kan men deze stakkers helpen?
Mèn: nee, u: ja. Gezond wordt slechts wie wil
Je kunt hem losser maken, ontwarren en helen-
en dan zichzelf aanvaarden, zoals hij is
Hij is uit luiheid vlijtig een echte exponent
van de jaren dertig: geen schijntje van een vent
Hoeveel daardoor gepakt zijn..!
Dat leert ons vadertje Jung:
vraag ook eens: wie er gek is?
en dan - heel veel beterschap
Zij, tegen hem
Luisterfragement
Ik heb je alles toch gegeven:
mijn lijf , mijn ziel, mijn tijd, mijn geld
Je bent een man, je bent mijn leven
Jij - jij bent mijn kleine hel
Toch heb ik mijn geluk gevonden
Vaak bestudeer ik je gezicht
Ik ken je in zovele uren
nee, teder ben je niet.
Je kust wel fijn. Je laat me delen
in je speurocht naar zingenot
Je kletst graag mee; je zegt me zachtjes
als ik mijn lippen stiften moet.
Je houdt je in bij andere vrouwen,
lijkt op het oog niet uit balans
ik kan je soms ook zelfs vertrouwen
maar teder ben je niet
Ach, wees eens teder!
toe, voor mijn part , mag je zelfs gevoelig zijn
O, als een lauwe lenteregen,
zo pakt jouw tederheid mij in.
Was jij van ons de zwakste,
Lag jij eens onder, maar nee: heer is troef
Want wie meer liefheeft, moet meer lijden.
Nee, teder ben je niet.
‘Het’
Dikwijls op party’s en feestjes
verschijnt in de zaal een aardige heer
van geest en cultuur niet verstoken
en komt wat bij de vrouwen staan.
Maar voordat een zandloper vol is
is alles gebarsten als glas
van geest rest geen zier
niets meer van cultuur
slecht , slechts: ‘het’
Beroemdheid kan geen verwijt zijn
aan mannen die je in grootbeeld ziet
Ik gluurde laatst onder het scherm door
Moest er eens eentje in werkelijkheid zien
Ach, was dat me een zeperd
Subiet greep mij ijskoude haat
een kille figuur
een karikatuur
en....
slechts, slechts
‘het’
Ik ging eens lunchen in Frohnau,
eens zoeken hier en dan maar weer daar
Kom, dacht ik, nu eens een sportman
want een nieuwe vriendschap leek geen bezwaar
abrupt hield hij op met zijn training
discipline: nog nooit van gehoord
een brein als een erwt
een lijf zonder vet
maar verder slechts - slechts:
‘het’
Hoe kun je vrouwen zo miskennen,
Mijn God, ze zijn totaal niet zo.
Oké, we willen ook ontvlammen..
maar toch niet steeds en overal.
Aan harpen kan iedereen plukken,
de vraag is: wie speelt ... en wat?
En speelt-ie dan hier op onze manier
dan graag ook :
‘het’
Het lied van de onverschilligheid
Een hoer staat onder een lantaren
zo ‘s avonds om half tien.
en ze ziet omhoog naar maan en sterren...
wat mag dan daar wel zijn?
Ze wacht daar op haar klanten,
ze wacht daar op de man
en heeft ze die gevonden,
vangt de komedie aan.
Tja, gelooft u dan dat dat haar mocht verrassen
en ze deint wat met haar heupen,
met haar heupen, met haar heupen
tja, wat moet ze dan?
En er komen bij die vrouw studenten,
en ook tandarts Van Ree,
journalisten, onderdirecteuren,
die neemt ze allemaal mee.
De ene wil ‘n pak rammel, een ander slaat haar beurs
Ze staat precies op schema
op die straathoek om half tien
en een ladder in haar kousen
fatsoeneert ze met wat speeksel
en ze deint wat met haar heupen,
met haar heupen, met haar heupen
tja, wat moet ze dan?
Kolonnes met vaandels en banieren
trekken door de straat
En ze zingen hun soldaten-liederen
dreunend in de maat.
Daar komen ze met hun laarzen,
ze neemt ze keurend op
‘t’ is alleen maar politiek, toch?
ze weet wel: vent blijft vent.
En ze zegt: ach, laat mij toch mijn gang gaan
en ze deint wat met haar heupen,
met haar heupen, met haar heupen
tja, wat moet ze dan?
En ze blijft daar lonkend staan!
die onverschilligheid,
die on-vers-chil-lig-heid
daar moet je tenslotte maar aan
|
Cyclus:
de Vrouw aan het woord
1. De gescheiden vrouw
ja.... daar heb je nu alweer zo type...
.... toch merkwaardig. ...
Vijf jaar terug toen had je mijne
toen een hele poos geen eentje
En nu waart een man op mijn etage rond,
vindt veel wat ik zeg maar heel, heel dom
prijst me, pest me, spreekt van levensdoelen
en besmeurt mijn kleed met koffievlekken
heb ik dat nu nodig?
Ja .. hij is zorgzaam en bemint me.
En komt een grauwe ochtend,
strek ik hem mijn blanke hand uit
....toch merkwaardig:
Mannen - met al hun mooie poses
en dan bij ‘t opstaan, ‘ s ochtends in hun hempie
En dan zit er eentje zomaar onder mijn vel
kwelt me, streelt me; wil dat ik ook hem kwel;
draait mijn leven anders, bedrukt me, laat me vliegen -
wint ! .... en als ik slim ben, laat ik hem maar winnen.
Heb ik dat nu nodig?
Ik was evenwichtig.Toe, blljf toch alleen!
..raar toch... ...raar toch...
blijf maar trots! Zo moet het voortaan zijn!
Tintelingen.... toch weer kleine vlammen
staat mijn leven toch weer op de helling
Hij mist ons. En wij, wij missen hem
Liefde is: vervulling, kwaal en medicijn
Want een man is man en god en kind,
want wij zijn elk: wederhelft
Maar dat is tenslotte overal
de eerste man is steeds een ongeval
het ware inzicht ligt zonder twijfel
halverwege de tweede en de derde.
Dan wéét je het. Maar van weten wordt je niet
vet,
maar uit nood tevreden met dat wat je hebt.
Amen
2. Een vrouw denkt na
Mijn man slaapt altijd vlug in,
of hij rookt zijn krant en leest zijn sigaartje
...ik ben zo nerveus ... terwijl ik naar het plafond staar
denk ik zo het mijne .
Je geeft aan hun zoveel, vooral in het begin,
ze zijn het niet waard.
Ze denken altijd: ze zal zich wel vereerd voelen
dat men haar wil.
Of dat wel bestaat
Een man, die zo lief blijft, zo attent is
als die eerste dag dat hij je nam?
Een die je man en je maatje en minnaar is,
die ons eens plaagt of bevadert
die aldoor nieuw is
voor wie je respect hebt
die je ook bemint..bemint....bemint
Of dat bestaat? Nu eens denk ik: ja
Dan zie ik: nee
Je loopt telkens weer terug in hun val
En ik vraag mij af, waar zij dan wel hun zenuwen hebben?
Waarschijnlijk.... Nou ja, de hier bedoelde talenten zijn
ongelijk
verdeeld
Ons snappen.... dat lukt ze, denk ik, nooit.
Als zij lui zijn, hoor je ze denken: hysterie .
Klopt voor geen meter. En willen wij tederheid,
dan hebben de heren meestal geen tijd.
Ze spelen: symfonie met de paukenslag
Dat onze liefde dan snel verkommert,
dat strookt niet met hun smaak
Hop-hop-hop - als op de beursvloer
Ze zijn eigenlijk niet meer dan figuranten der erotiek
de hoofdrollen spelen wij. Wij zingen alleen duet.
heel leeg van binnen, ondanks dat goed bezochte bed
Mijn man slaapt altijd vlug in,
of hij draait zich om en rookt nog zijn sigaartje .
Waarom? Nou......
Terwijl ik naar het plafond staar
denk ik zo het mijne....
3. De opvolgster
Ik heb mijn eerste man gezien -
Die ging met eentje!
hoedje, rok en blouse (echt van kleur)
en twee kop kleiner!
Ze zal hem wel van kantoor uit kennen
over smaak valt niet te twisten
Pffff, ik zeg: van harte!
Bij de partnerkeuze is zijn brein
zwaar beneveld
Als hij wint, dan is hij hélemaal in de bonen
Ook al kleed je je in pure zijde
wat hem betreft kun je je in jute steken...
Pffff, ik zeg: van harte
Een vrouw blijft vrouw.
Gelukkig is de man die dat inziet
en voor zoiets maak je je nu op!
alsof je ‘t geld had!
Wat heet? Voor hem?
Wij epileren onze haren
voor en tégen alle andere vrouwen
Hoe dan ook verwacht ik
dat hij ‘ t merken zal
ik wil voelen dat ik sexy ben
driemaal spiegelen wil ik mij: in glas, in nijd, in de man
maar hij kijkt niet op of om.
liefde doet je heel wat overwinnen
Mannen .. nou, zoiets kun je niet verzinnen.
4. Lamento
De Duitse man - man -man
dat is een onbegrepen man
hij heeft zijn bedrijf, en hij kent ook zijn plicht
hij heeft ook een plaats in ‘t commissariaat
En hij heeft ...ook een vrouw- dat weet hij echter niet
Hij zegt: ‘mijn lieve kind ‘ en verder is ‘t wel goed
Hij is een man en dat voldoet.
de Duitse man- man - man
Dat is de onbegrepen man
Een vrouw begrijpt toch maar niets van dat wat hem kwelt
Zijn vrouw is daarvoor goed dat zij zijn schoenen poetst
Zijn vrouw heeft de schuld als er een knoopje mist
en kwam het ooit eens voor, dat hij zijn vrouw bedroog?
Hij is een man en dat voldoet.
de Duitse man - man - man
Dat is de onbegrepen man
Hij slooft zich niet erg uit als hij een vrouw versiert
want krijgt hij niet die ene, komt een ander aangezwierd
Zo vindt de Duitse man dus steeds bevrediging
Zwaarwegend is: dat zij gehoorzaam zich naar hem voegt
Hij is een man en dat voldoet.
De Duitse man- man - man
Dat is de onbegrepen man
Hij flirt toch niet met zijn vrouw!
Hij schonk haar toch die hoed!
Zij kijkt hem van opzij eens aan
als hij zo ronkend rust.
Een klein, klein beetje tederheid en ieder was content
Hij is een kantoorman in liefde. Hij laat zich gaan.
Hij heeft haar toch getrouwd -
Waar komt het nu dan nog op aan?
de mens die mag niet scheiden,
wat God te zamen bracht.,
Hij is een man en dat voldoet.
En dan?
Je ziet vaak bij een Happy End op film
dat het laatste beeld vevaagt
je ziet slechts nog op haar lippen
van de held zijn snor wat stippen
nu heeft ze ‘m dan, haar dromenman,
Nou en dan?
Dan gaan die beiden braaf naar bed
Oké .. dat vind ik ook nog best
Maar soms zou je toch ook graag weten
wat doen ze, als z’ elkaar <bold> </bold>nièt
opvreten?
Ze kunnen toch niet aldoor meuren
Nou en dan?
Dan hoor je om het huis de wind,
dan krijgt het jonge paar een kind.
Ze kookt de melk. De melk kookt over.
Dan zoekt hij twist. Zij moet dan huilen.
Dan wil de een van d’ ander af
Nou, en dan?
Dan is het kind niet meer gezond.
Dan blijven die twee toch maar samen
Dan pesten ze elkaar nog jaren
Hij wil nog iets met blonde haren
Van boven: dement,van onder: pubertair
Nou, en dan?
Dan zijn ze oud.
De zoon vertrekt
De ouwe is nu ook wat zwak.
Vergeten heel die brillcream-tijd
ach, moederlief, hoe lang gelee!
Dat die nog geil van moeders werd,
dat is toch bijna niet meer waar!
De oude man denkt zo terug:
wat had hij nou aan zijn geluk?
Het huwelijk was in zijn beleving
verbrande melk en veel verveling
Daarom zie je bij een Happy End op film
het laatste beeld vervagen
De arme vrouw
Mijn man? mijn dikke man, de dichter?
Ach lieve meid, praat me er niet van!
een Don Juan? Een brave burgerman
een simpelaar - zoals God graag ziet.
Daar staat in zijn smalle bundels opgetekend
hoeveel vrouwen hij wel niet zoende;
van zijden haren, van zijden doekjes rept hij,
van verlangen, kriebels, bronst en lust....
Lieve zusters, laat voor lief die briefjes,
die anonieme bloemengroet,
Het mocht hem eens storen bij het snurken,
want ‘t liefst geniet hij van zijn rust
En lui en dik en o zo vreetgraag
is hij en immer licht bezwaard.
En hij klokt onmatig achterover
zijn rode wijn, op fust bewaard.
Steeds wilder en verzotter
zag’k jullie gaan van dag tot dag - ach, laat dat toch!
Mijn man? Mijn dikke man, de dichter?
In boeken: ja
Voor ’t leven: nee
De andere man
Je leert hem op een feestje kennen.
Hij praat leuk. Hij toont respect.
Hij kan je alle tennistoppers noemen.
Ziet er goed uit. Zo zonder vet.
Dansen doet hij hemels. Jij kijkt hem nog eens aan
En dan - dan komt je man ertussen staan.
en bij jezelf weeg je ze eens af.
Je eigen man, die legt het loodje
Zoals-ie daar al staat - o gotogot!
En achter in zijn nek - dat spek!
En in stilte overpeins je: “Eigenlijk...
Dat is nou een vent voor mij!”
Ach, lief mevrouwtje! Luister eens naar een echte
en goede oude pa!
Kreeg je die ander: in één of ’n tweetal jaren
ben je hier net zó aan ‘t staren!
Dan ken je zijn maniertjes bij het kozen;
dan ken je hem in ondergoed
onder jóuw regime raakt híj dan vet;
en al zijn grappen ken je, van letter a tot letter z.
Je ziet hem in zijn vreugd en in zijn toorn
van boven en van onder, van achter en van voren.
Geloof me maar: als je ons beter kent,
vergeet het dan, dat Happy End.
Soms spelen we op een party de charmeur
en voor de rest zijn we domweg meneer Van Leur
meet ons niet aan de beste uren af!
En heb je dan een man gevonden,
aan wie je maar een beetje went
toe, blijf toch bij je eigen vent!
|